De Veelstemmige Stem van het Volk: Het Lied van de trouwe Chunhyang

Ver­taald uit het Frans

Men dient de ti­tel let­ter­lijk te ne­men: Het Lied van Chun­hyang (Chunhyangga)1Af­ge­we­zen vor­men:
Le Dit de Chun­hyang (Het Ver­haal van Chun­hyang).
Ch’un-hyang ka.
Choon Hyang Ga.
Čchunhjangga.
is, al­ler­eer­st, een lied. Om de es­sen­tie er­van te vat­ten, sluit uw ogen en stel u een kaal po­dium voor, be­zet door een zan­ger met waaier en een trom­me­laar. Dit duo vol­staat om de pansori te be­li­cha­men, die au­then­tiek Ko­re­aanse kunst­vorm die Serge Ka­gan­ski si­tu­eert «op het kruis­punt van the­a­ter, ope­ra, per­for­man­ce, gos­pel en two-man-show». De trom weer­klinkt en de rauwe stem stijgt op, ge­rit­meerd door de waaier die zich opent en weer sluit met een droge klap die de maat aan­geeft. Mee­ge­sleept re­a­geert het pu­bliek als één ge­heel, als «een bap­tis­ten­koor», in een in­tense ge­meen­schap die aan trance grenst.

Ge­bo­ren op de plan­ken, werd dit ly­ri­sche lied een ver­haal en reisde het voort, ge­dra­gen door de mon­de­linge over­le­ve­ring. Door de eeu­wen heen heeft een my­ri­ade ano­nieme au­teurs het ver­rijkt en er an­dere ver­ha­len over ko­nink­lijke in­spec­teurs en ver­bo­den lief­des aan toe­ge­voegd. Uit deze le­vende ma­te­rie zijn uit­ein­de­lijk, laag na laag, vaste tek­sten neer­ge­sla­gen, li­te­raire re­fe­ren­tie-e­di­ties, waar­van de be­roemd­ste De Ge­schie­de­nis van Chun­hyang (Chunhyangjeon)2Af­ge­we­zen vor­men:
His­toire de Tchoun Hyang (Ge­schie­de­nis van Tchoun Hyang).
His­toire de Tchy­oun hyang (Ge­schie­de­nis van Tchy­oun hyang).
His­toire de Tchun-hyang (Ge­schie­de­nis van Tchun-hyang).
Tchoun-Hyang-Djun.
Tchy­oun hyang tjyen.
Tchun-Hyang Chòn.
Tchun-hyang djŏn.
Ch’unhyangdyŏn.
Ch’unhyangjŏn.
Choon Hyang Jun.
Choon-hyang-chon.
Choon Hyang Jon.
Chun-hyang-jon.
Ch’un-hyang Chŏn.
Chun-hyang-chun.
Chun-chyang-chun.
Cz­hun-hiang dzon.
Čchunhjangdžŏn.
, of gyeongpan-e­di­tie, en Het Lied van de trouwe Chun­hyang (Ye­ol­nyeo Chun­hyang Su­je­olga)3Af­ge­we­zen vor­men:
L’His­toire de la con­stance de Chun­hy­ang, femme fi­dèle (De Ge­schie­de­nis van de stand­vas­tig­heid van Chun­hy­ang, trouwe vrouw).
Yol-nyo Ch’un-hyang Su-jeol Ga.
Ye­ol­nye Chun­hyang Su­je­olga.
Yeollyeo-Chunhyang-Sujeolga.
, of wanpan-e­di­tie, zijn.

De Lente-idylle

De in­trige ver­haalt de liefde tus­sen Chun­hyang («­Geu­rige Len­te»), doch­ter van een voor­ma­lige cour­ti­sa­ne, en Mong-ry­ong («­Dra­ken­droom»)4In som­mige bron­nen wordt de held niet met zijn voor­naam Mong-ry­ong aan­ge­duid, maar met de be­na­ming Yi Do­ry­e­ong. Deze vorm com­bi­neert zijn fa­mi­lie­naam Yi en de eer­bie­dige ti­tel doryeong die ge­ge­ven wordt aan de on­ge­huwde zoon van een edel­man. In wer­ke­lijk­heid be­te­kent het een­vou­dig­weg «de jonge Heer Yi, de jonge Yi».
Af­ge­we­zen vor­men:
Ye Toh Ryung.
I-Toreng.
Ri To ry­eng.
Lee Do­ry­ong.
, zoon van een adel­lijke gou­ver­neur. In Nam­won, in de pro­vin­cie Je­ol­la, op het mo­ment dat de bloe­men be­gin­nen te bloei­en, ver­laat de jonge ge­leerde de va­der­lijke bi­bli­o­theek om in de bui­ten­lucht te wan­de­len. Daar ziet hij Chun­hyang schom­me­len. Deze eer­ste ont­moe­ting wordt ge­schil­derd met de fijn­heid van de ver­fijnd­ste pren­ten:

«Zij greep het touw met haar tere han­den, stapte op de plank en vloog op. […] De bla­de­ren van de bo­men be­ge­leid­den haar heen en weer. Het rood van haar rok vormde een vro­lijke vlek op het om­rin­gende groen. […] Van vo­ren ge­zien was zij de zwa­luw die duikt om in de vlucht een bloem­blad van de per­zik­bloe­sem te van­gen dat naar de grond glijdt. Van ach­te­ren leek zij een veel­kleu­rige vlin­der die weg­vliegt op zoek naar zijn ge­zel­lin.»

Le Chant de la fi­dèle Chun­hyang (Het Lied van de trouwe Chun­hyang), vert. uit het Ko­re­aans door Choi Miky­ung en Je­an-Noël Jut­tet, Cad­eil­han: Zul­ma, 1999; her­dr. Pa­rijs; Veu­les-les-Ro­ses: Zul­ma, coll. «Z/a», 2025.

De lief­de, blik­se­mend en on­mid­del­lijk, drijft de jonge edel­man er­toe de con­ven­ties te trot­se­ren. Hij be­geeft zich ’s nachts naar haar huis. Een­maal over de drem­pel van haar ka­mer blijkt dit meisje uit het volk niet min­der ont­wik­keld en ver­fijnd dan hij: de blik dwaalt over ge­dich­ten van haar hand die bo­ven haar werk­ta­fel han­gen, over kal­li­gra­fie­ën, schil­de­rij­en. In dit de­cor wis­se­len de ge­lief­den hun ge­lof­ten uit en be­ze­ge­len een ver­bin­te­nis die zij nog ge­heim hou­den, ge­schei­den als zij zijn door ge­boorte en for­tuin.

De Beproeving van de standvastigheid

On­der­tus­sen wordt de va­der van Mong-ry­ong te­rug­ge­roe­pen naar Ha­nyang (Se­oel); de jon­ge­man moet hem vol­gen om zijn stu­dies af te ron­den en de man­da­rij­nenexa­mens af te leg­gen. Hij laat een ver­liefde en trouwe echt­ge­note ach­ter die, als een nieuwe Pe­ne­lope die wacht op de te­rug­keer van haar Odys­seus, zweert een «eed te eren die dui­zend­maal kost­baar­der is dan goud, dui­zend­maal mooier dan jade».

Het drama ont­vouwt zich met de komst van een op­vol­ger op de post van gou­ver­neur, Byun Hak-do, een wel­l­lus­tige en brute man. Ge­hoord heb­bend over de schoon­heid van Chun­hy­ang, eist hij dat zij in zijn dienst treedt. De pre­sen­tie­lijst van de kisaengs is van een ra­be­lai­si­aanse le­ven­dig­heid, waar sug­ges­tieve na­men voor­bij­ko­men, zo­als Juf­frouw «Mys­te­ri­euze Ne­vel», «A­bri­ko­zen­bloe­sem» of «Fee van de Ri­vier». Al­leen Chun­hyang ont­breekt bij het ap­pel. Voor de ti­ran ge­sleept, durft zij hem het hoofd te bie­den, aan­voe­rend dat een deugd­zame vrouw geen twee echt­ge­no­ten kan die­nen, al is zij van lage af­komst:

«Heb­ben deugd en trouw iets te ma­ken met maat­schap­pe­lijke rang?»

Le Chant de la fi­dèle Chun­hyang (Het Lied van de trouwe Chun­hyang), vert. uit het Ko­re­aans door Choi Miky­ung en Je­an-Noël Jut­tet, Cad­eil­han: Zul­ma, 1999; her­dr. Pa­rijs; Veu­les-les-Ro­ses: Zul­ma, coll. «Z/a», 2025.

Voor deze bru­ta­li­teit on­der­gaat zij de fol­te­ring. Elke zweep­slag die op haar neer­daalt wordt de ge­le­gen­heid voor een ver­zang­s­lied, een pijn­lijke li­ta­nie waarin zij haar loy­a­li­teit her­be­ves­tigt. «Al doodt men mij tien­dui­zend keer», roept zij uit, «de liefde die in mijn hart woont, de liefde die de zes­dui­zend ge­wrich­ten van mijn li­chaam ver­bindt, die liefde zal niet ver­an­de­ren.»

Over de ont­kno­ping zal ik niets zeg­gen, be­halve dat zij ge­luk­kig is.

De Wraak van de harten tegen de hardheid van de willekeur

Het Lied van de trouwe Chun­hyang om­vat de ge­hele maat­schap­pe­lijke lad­der van het An­cien Ré­gime, van het hoog­ste voor Mong-ry­ong tot het laag­ste voor Chun­hyang. Zijn suc­ces is te dan­ken aan het feit dat «het hardop over liefde durfde te spre­ken in dit land waar jonge har­ten ver­stik­ten on­der het ge­zag» en waar het hu­we­lijk, een zaak van re­de, koel werd af­ge­han­deld zon­der dat zij in­spraak had­den. Deze in­tieme eis gaat ge­paard met een po­li­tieke aan­klacht te­gen de mis­brui­ken en de cor­rup­tie die on­der de heer­sers heer­sten.

Ze­ker, ik geef het toe, het ver­haal lijdt soms on­der de ver­schil­lende toe­voe­gin­gen die het heeft uit­ge­lokt; het Bul­le­tin cri­tique du li­vre en français (Kri­tisch Bul­le­tin van het Franse Boek) con­sta­teert er «en­kele in­con­sis­ten­ties, on­han­dige recht­vaar­di­gin­gen, […] na­ï­vi­teit en sen­ti­men­ta­li­teit». Toch be­waart het, ge­lijk een schelp die het ge­ruis van de oce­aan te­rug­geeft, on­der dit al­les «een ge­mur­mel en als het ware een groot dof ge­zoem: de grote on­ein­dige en veel­stem­mige stem» van de volks­dich­ters die rondom zin­gen5Om Hip­po­lyte Taine en zijn mees­ter­lijke Phi­lo­so­p­hie de l’art (Fi­lo­so­fie van de kunst) te ci­te­ren.. Hun tril­lende ziel, hun goede en zui­vere ge­voe­lens heb­ben dit werk door de eeu­wen heen ge­dra­gen; zij be­zie­len het nog steeds van­daag, tij­dens het grote fes­ti­val van Nam­won, waar de beste myeongchang (mees­ter­zan­gers) wed­ij­ve­ren. Lee Mee-Je­ong ver­haalt dat som­mi­gen van hen zo vu­rig oe­fe­nen «om hun stem de vol­maakt­heid van ex­pres­si­vi­teit te ge­ven dat zij tot bloe­dens toe [gaan]». Verre van ij­del, wordt hun of­fer be­groet door het pu­bliek dat op­staat om te ap­plau­dis­se­ren, met tra­nen in de ogen. En «deze tra­nen van he­den­daagse toe­schou­wers zijn even ont­roe­rend als de be­proe­vin­gen en het weer­zien van de ge­lief­den uit de fic­tie».


Om verder te gaan

Rond Le Chant de la fidèle Chunhyang (Het Lied van de trouwe Chunhyang)

Citaten

«국가에 대경사로 태평과를 보이실 제 서책을 품에 품고 장중에 들어가 좌우를 둘러보니 억조창생 허다 선비 일시에 숙배한다. 어악풍류 소리에 앵무새가 춤을 춘다. 대제학 탁출하여 어제를 내리시니 도승지 모셔 내어 홍장 위에 걸어놓으니 글제에 하였으되, “춘당춘색고금동”이라 두렷이 걸었거늘»

열녀 춘향 수절가 op Wikisource 한국어, [on­li­ne], ge­raad­pleegd op 25 sep­tem­ber 2022.

«Aan­ge­zien er een spe­ci­aal toe­la­tings­exa­men voor de amb­te­na­rij zou wor­den ge­or­ga­ni­seerd ter ge­le­gen­heid van een of an­dere vie­ring, be­sloot hij zich aan te mel­den. Toen hij, zijn Chi­nese boe­ken on­der de arm, op het ter­rein van de aca­de­mie aan­kwam, zag hij overal een im­mense me­nigte van ge­wone men­sen en ge­leer­den. Al­len maak­ten een diepe bui­ging toen Zijne Ma­jes­teit de ko­ning ver­scheen. De pa­pe­gaaien flad­der­den op het ritme van een exquise he­melse mu­ziek. Zijne Ma­jes­teit ver­zocht de de­caan van de Aca­de­mie voor Schone Let­te­ren een on­der­werp voor te stel­len, en de eer­ste se­cre­ta­ris ko­pi­eerde het op een ba­nier die hij aan de blik­ken van de kan­di­da­ten bloot­stel­de. Men moest een com­po­si­tie ma­ken over: “Bij het Len­te­pa­vil­joen6Of lie­ver «de Len­te­vij­ver» (Chundang, 春塘) en de uit­ge­strekte es­pla­nade die er bo­ven­uit rees, waar de exa­mens in de hoofd­stad plaats­von­den. is de kleur van de lente de­zelfde van van­daag als van wel­eer.”»

Le Chant de la fi­dèle Chun­hyang (Het Lied van de trouwe Chun­hyang), vert. uit het Ko­re­aans door Choi Miky­ung en Je­an-Noël Jut­tet, Cad­eil­han: Zul­ma, 1999; her­dr. Pa­rijs; Veu­les-les-Ro­ses: Zul­ma, coll. «Z/a», 2025.

«Op een dag ver­nam hij ein­de­lijk dat de ko­ning van Ko­rea de exa­mens voor over­mor­gen had vast­ge­steld.»

Prin­temps par­fu­mé: ro­man (Geu­rige Len­te: ro­man), vert. uit het Ko­re­aans door J.-H. Rosny, met me­dew. van Hong Chon­g-u, Pa­rijs: E. Den­tu, coll. «Pe­tite col­lec­tion Guil­lau­me», 1892; her­dr. on­der de ti­tel Le Prin­temps par­fu­mé; suivi du Bois sec re­fleuri (De Geu­rige Len­te; ge­volgd door Het Dorre Hout weer in bloei), on­der red. van Ben­ja­min Joi­nau (voorw. An­thony de Taizé [An Son­jae]), Pa­rijs: L’A­te­lier des Ca­hiers, coll. «Se­on­bi», 2017.

«Er kwam een dag waarop hij nog maar één proef hoefde af te leg­gen.»

«L’A­mour de I-To­reng et de la jo­lie Tchun-Hy­ang: ro­man» («De Liefde van I-To­reng en de mooie Tchun-Hy­ang: ro­man»), in­di­recte vert. uit het Frans door Ano­niem, naar die van J.-H. Rosny, La Re­vue des re­vues, dl. 14, 1895, p. 60-68, 144-150, 233-238 en 327-332.

Downloads

Geluidsopnamen
Gedrukte werken

Bibliografie

Avatar photo
Yoto Yotov

Sinds 2010 wijd ik mijn tijd aan het bevorderen van de dialoog tussen eeuwen en naties, ervan overtuigd dat de menselijke geest overal thuis is. Als u deze visie van een universele cultuur deelt, en als mijn Notes du mont Royal u ooit hebben verlicht of geraakt, overweeg dan een donatie te doen op Liberapay.

Articles : 240