Hij die zichzelf zocht: grootheid en eenzaamheid van Heraclitus
Vertaald uit het Frans
Heraclitus van Efeze bereikt ons, vanuit de diepte der tijden, door de fragmenten van een boekrol die in de 5e eeuw v.Chr. in de tempel van Artemis werd neergelegd. Men debatteert nog steeds over de vraag of deze boekrol een doorlopend traktaat was, dan wel bestond uit losstaande gedachten, zoals die welke het toeval der citaten voor ons bewaard heeft. Heraclitus drukte zich daarin in elk geval uit in een sibillijnse, gedrongen stijl, gericht op verbazing; hij sloeg tegelijkertijd de toon van een profeet aan en het taalgebruik van een filosoof. Vandaar dat epitheton van Duistere of Schimmige (Σκοτεινός) dat zo vaak aan zijn naam werd gehecht, maar dat mij niettemin overdreven voorkomt: « Weliswaar is [zijn] lectuur ruw en moeilijk toegankelijk. De nacht is donker, de duisternis dicht. Maar als een ingewijde je gidst, zul je in dit boek helderder zien dan in het volle zonlicht » (Griekse bloemlezing, naar het Palatijns handschrift). De schittering die ons van zijn leer is overgebleven, is als het weerlichten van een onweer dat zich op raadselachtige wijze heeft teruggetrokken, de presocratische nacht doorklievend met een vuur dat met geen ander te vergelijken is. Hegel, het ontspringen van het « licht van het denken » natraceërend, erkent in Heraclitus de meest stralend centrale figuur. Heidegger doet er nog een schep bovenop: « Heraclitus wordt “de Duistere” genoemd. Welnu, hij is de Heldere. Want hij zegt wat verlicht, door te trachten zijn licht de taal van het denken binnen te loodsen »1Heidegger, Martin, Essais et Conférences (Essays en voordrachten), vert. uit het Duits door André Préau, voorw. van Jean Beaufret, Parijs: Gallimard, coll. « Les Essais », 1958..
De Koningswaardigheid van de weigering
Bij deze schijnbare duisterheid kwam bij Heraclitus een grond van trots en minachting voor zijn medemensen. Want wanneer een filosoof trots is, is hij het nooit half. Erfprins zijnde, stond hij zonder moeite de koninklijke waardigheid af aan zijn broer, en weigerde vervolgens wetten op te stellen voor een stad die hij als onherstelbaar « in de greep van een slechte staatsorde » (πονηρᾷ πολιτείᾳ) beschouwde. Daar trok hij zich terug in het heiligdom van Artemis, bikkelend met kinderen. Verdrongen nieuwsgierigen zich om hem heen? Dan wierp hij hun toe:
« Waarom staat gij versteld, schurken? Is het soms niet beter dit te doen dan met u het stadsleven te leiden? » (Τί, ὦ κάκιστοι, θαυμάζετε; Ἢ οὐ κρεῖττον τοῦτο ποιεῖν ἢ μεθ’ ὑμῶν πολιτεύεσθαι;)
Diogenes Laërtius, Boek IX, vert. uit het Grieks door Jacques Brunschwig, in Vies et Doctrines des philosophes illustres (Levens en leerstellingen der doorluchtige filosofen), vert. onder leiding van Marie-Odile Goulet-Cazé, Parijs: Librairie générale française, coll. « La Pochothèque », 1999.
Deze wijze had niemand nodig, en verachtte zelfs het gezelschap der geleerden. Toch was hij geen ongevoelig mens; en wanneer hij treurde over de rampen die het menselijk bestaan weefden, stegen hem de tranen naar de ogen. « Ik heb mijzelf gezocht » (Ἐδιζησάμην ἐμεωυτόν), bekent hij, alsof hij de enige was die werkelijk het Delphische voorschrift « Ken uzelf » verwerkelijkte. Nietzsche zou de heilige verschrikking van deze autarkie aanvoelen: « men kan niet vermoeden », zou de filosoof van de wil tot macht zeggen, « wat het gevoel van eenzaamheid geweest moet zijn dat de Efezische kluizenaar van de tempel van Artemis doordrong, als men zich niet zelf versteend van ontzetting terugvindt in het meest verlaten en wildste gebergte »2Nietzsche, Friedrich, La Philosophie à l’époque tragique des Grecs (De filosofie in het tragische tijdperk der Grieken), vert. uit het Duits door Michel Haar en Marc de Launay, in Œuvres (Werken). I, vert. onder leiding van Marc de Launay, Parijs: Gallimard, coll. « Bibliothèque de la Pléiade », 2000..
De Duizeling van de universele vloed
Terwijl aan het andere uiteinde van de Griekse wereld de school van Elea het zijn bevroor in een ijzige onbeweeglijkheid, vat Heraclitus de eenheid op als een rivier in eeuwigdurende beweging, die dezelfde blijft, hoewel steeds anders, de nieuwe golven onophoudelijk de oude voor zich uit drijvend3Met dit beeld zegt Heraclitus niet alleen dat het bestaan aan wederwaardigheden en verval is overgeleverd, maar dat geen enkel ding dit of dat is: het wordt het. De wereld lijkt op de cyceon (κυκεών), dat mengsel van wijn, geraspte kaas en gerstemeel, waarvan de dikke substantie haar eenheid slechts dankt aan het roeren. Wanneer dit ophoudt, scheiden de bestanddelen zich, het zware zinkt neer, en deze rituele drank is niet meer. De beweging blijkt aldus constitutief voor de eenheid der tegenstellingen: « Zelfs de cyceon ontbindt zich als men hem niet roert » (Καὶ ὁ κυκεὼν διίσταται μὴ κινούμενος).. Tegen de gangbare illusie van het voortbestaan in, is niets bestendig: « Alles stroomt » (Πάντα ῥεῖ), « Alles is worden » (Hegel), « Alle dingen […] wankelen onophoudelijk […]. Ik schilder niet het zijn. Ik schilder de overgang » (Montaigne).
De vloed van alle dingen heeft tot gevolg dat alles in zijn tegendeel omslaat. Indien het zijn slechts in de verandering bestaat, is het onvermijdelijk een midden tussen twee tegengestelde termen; op elk ogenblik is men in aanwezigheid van die ongrijpbare grens waar twee tegengestelde hoedanigheden elkaar raken. Een verschrikkelijke wet die ook op het menselijk wezen zelf van toepassing is, waarvan elke leeftijd de dood van de vorige is:
« Is de zuigeling niet verdwenen in het kind, en het kind in de knaap, de efebe in de jongeling, de jongeling in de jonge man, en vervolgens […] de man op leeftijd in de grijsaard […]? Wellicht […] leert de natuur ons stilzwijgend de definitieve dood niet te vrezen? »
Philo van Alexandrië, De Iosepho (Over Jozef), vert. uit het Grieks door Jean Laporte, Parijs: Éditions du Cerf, coll. « Les Œuvres de Philon d’Alexandrie », 1964.
De Esthetica van het kosmische spel
Op zoek naar een tragische bevestiging van het leven, zou Nietzsche van de kluizenaar van Efeze zijn naaste voorvader maken. « De wereld heeft, in haar eeuwige behoefte aan waarheid, […] eeuwig behoefte aan Heraclitus », zou hij verklaren. En elders:
« […] de omgang met Heraclitus stelt mij meer op mijn gemak en troost mij meer dan welke andere ook. De instemming met de vergankelijkheid en met de vernietiging; het “ja” gezegd tegen de tegenstrijdigheid en de oorlog; het worden, met inbegrip van de verwerping van het begrip zelf van “zijn” — daarin moet ik […] het denken erkennen dat het dichtst bij het mijne staat dat ooit gedacht is. »
Nietzsche, Friedrich, L’Antéchrist (De Antichrist), gevolgd door Ecce homo, vert. uit het Duits door Jean-Claude Hémery, Parijs: Gallimard, coll. « Folio », 1974.
Wat de Duitse filosoof er vooral zou vinden, is het tegengif voor het schopenhaueriaanse pessimisme. Verre van te buigen onder het juk van vermeende fouten, onrechtvaardigheden, tegenstrijdigheden, lijden, ontdoet de werkelijkheid zich van elke moraal: zij is « een kind dat speelt, dat schaakstukken verzet: koningschap van een kind » (παῖς […] παίζων, πεσσεύων· παιδὸς ἡ βασιληίη). Als Heraclitus zich mengde in het spel van luidruchtige kinderen in het heiligdom van Artemis, dan was het omdat hij er reeds het « spel van het grote kind-wereld » overpeinzde, dat wil zeggen God. De wil tot macht tekent zich hier af in de geest van Nietzsche: een artistieke kracht die bouwt en vernietigt, met de verheven onschuld van een kind dat hier en daar wat steentjes neerlegt, of hoopjes zand opricht om ze opnieuw omver te werpen, aan gene zijde van goed en kwaad. Het is in de voetsporen van de Duistere dat Nietzsche « zich opmaakt de Antichrist te worden, dat wil zeggen degene die de morele betekenis van de wereld verwerpt ».
Om verder te gaan
Rond Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere)

Citaten
« Ἀκοῦσαι οὐκ ἐπιστάμενοι οὐδ᾽ εἰπεῖν. • Ψυχῆς πείρατα ἰὼν οὐκ ἂν ἐξεύροιο πᾶσαν ἐπιπορευόμενος ὁδόν· οὕτω βαθὺν λόγον ἔχει. • Ποταμοῖς τοῖς αὐτοῖς ἐμβαίνομέν τε καὶ οὐκ ἐμβαίνομεν, εἶμέν τε καὶ οὐκ εἶμεν. »
Αποσπάσματα (Ηράκλειτος) op Wikisource ελληνικά, [online], geraadpleegd op 22 februari 2026.
« Niet bedreven in het luisteren, weten zij evenmin te spreken. • De grenzen van de ziel zou je niet vinden, zelfs niet als je alle wegen bewandelde, zo diep is haar logos. • Wij betreden en wij betreden niet dezelfde rivieren; wij zijn en wij zijn niet. »
Heraclitus van Efeze, Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere), vert. uit het Grieks door Jean Bouchart d’Orval, voorw. van Constantin Fotinas. Montreal: Éditions du Roseau, 1997; herdr., Gordes: Les Éditions du Relié, coll. « Poche », 2007.
« Niet wetend te luisteren, weten zij evenmin te spreken. • De grenzen van de ziel zou je niet vinden, zelfs niet als je alle wegen bewandelde, zo diep is het vertoog (λόγον) dat zij houdt. • Wij betreden en wij betreden niet dezelfde rivieren; wij zijn er en wij zijn er niet. »
Heraclitus van Efeze, Fragments (Fragmenten), vert. uit het Grieks door Marcel Conche, Parijs: Presses universitaires de France, coll. « Épiméthée », 1986; herdr. onder de titel Fragments recomposés : présentés dans un ordre rationnel (Hersamengestelde fragmenten: aangeboden in een rationele orde), Parijs: PUF, 2017.
« Zij weten noch te luisteren, noch te spreken. • Al zou je alle wegen bewandelen, je zou nooit de grenzen van de ziel vinden, zo diep is de kennis die zij bezit. • Wij dalen af in dezelfde rivieren en dalen er niet in af; wij zijn er en wij zijn er niet. »
Heraclitus van Efeze, Fragments : citations et témoignages (Fragmenten: citaten en getuigenissen), vert. uit het Grieks door Jean-François Pradeau, Parijs: Flammarion, coll. « GF », 2002.
« Zij weten noch te luisteren, noch zelfs te spreken. • Grenzen van de ziel, je zou ze niet vinden door je weg te vervolgen
Hoe lang de gehele weg ook zij
Zo diep is de logos die zij bergt. • In dezelfde rivieren
Betreden wij en betreden wij niet
Wij zijn en wij zijn niet. »Dumont, Jean-Paul (red.), Les Présocratiques (De Presocraten), vert. uit het Grieks door Jean-Paul Dumont, in samenw. met Daniel Delattre en Jean-Louis Poirier, Parijs: Gallimard, coll. « Bibliothèque de la Pléiade », 1988.
« Onbekwaam tot luisteren, evenmin (als) tot spreken. • En de grenzen van de ziel, waar je ook gaat, zul je geenszins ontdekken, zelfs niet als je alle wegen bewandelt, zo diep is haar logos. • In dezelfde rivieren betreden wij en betreden wij niet, wij zijn en zijn niet »
Heraclitus van Efeze, Héraclite d’Éphèse, les vestiges (Heraclitus van Efeze, de overblijfselen). III.3.B/i, Les Fragments du livre d’Héraclite (De fragmenten van het boek van Heraclitus), vert. uit het Grieks door Serge Mouraviev [Sergueï Nikititch Mouraviev], Sankt Augustin: Academia Verlag, coll. « Heraclitea », 2006.
« Die mensen die noch weten te luisteren noch te spreken. • De grenzen van de ziel, je zou ze niet kunnen bereiken, zelfs niet als je de hele weg aflegde, zo diep is haar logos. • In dezelfde rivieren betreden wij en betreden wij niet, wij zijn en wij zijn niet. »
Heraclitus van Efeze, Les Fragments d’Héraclite (De fragmenten van Heraclitus), vert. uit het Grieks door Roger Munier, Toulouse: Fata Morgana, coll. « Les Immémoriaux », 1991.
« Mensen, die horen en spreken zonder te weten. • De grenzen van de ziel, je zou ze niet kunnen bereiken, zo ver als je voeten je op alle wegen ook dragen: zo diep is het woord dat haar bewoont. • Wij betreden en wij betreden niet dezelfde rivieren, wij zijn en zijn niet. »
Battistini, Yves (red.), Trois Contemporains : Héraclite, Parménide, Empédocle (Drie tijdgenoten: Heraclitus, Parmenides, Empedocles), vert. uit het Grieks door Yves Battistini, Parijs: Gallimard, coll. « Les Essais », 1955; uitgebr. herdr. onder de titel Trois Présocratiques (Drie Presocraten), Parijs: Gallimard, coll. « Idées », 1968.
« Zij weten noch te luisteren noch te spreken. • [lacune] • Wij dalen af en dalen niet af in dezelfde rivier, wij zijn en zijn niet. »
Tannery, Paul, Pour l’histoire de la science hellène : de Thalès à Empédocle (Over de geschiedenis van de Helleense wetenschap: van Thales tot Empedocles), Parijs: F. Alcan, 1887; herdr. (voorw. van Federigo Enriques), Parijs: Gauthier-Villars, 1930.
« Die mensen die noch weten te luisteren noch te spreken. • Men kan de grenzen van de ziel niet vinden, welke weg men ook inslaat, zo diep zijn zij verzonken. • Wij dalen af en dalen niet af in dezelfde rivier; wij zijn en wij zijn niet. »
Voilquin, Jean (red.), Les Penseurs grecs avant Socrate : de Thalès de Milet à Prodicos (De Griekse denkers vóór Socrates: van Thales van Milete tot Prodicus), vert. uit het Grieks door Jean Voilquin, Parijs: Librairie Garnier Frères, coll. « Classiques Garnier », 1941; herdr., Parijs: Garnier-Flammarion, coll. « GF », 1964.
« Niet in staat te luisteren, evenmin te spreken. • Grenzen aan de “psukhè” tijdens haar reis, hij zou er geen ontdekken, degene die alle wegen zou bewandelen: zij heeft zo’n diep logos. • In dezelfde rivieren betreden wij en betreden wij niet, wij zijn en wij zijn niet. »
Heraclitus van Efeze, Fragments (Fragmenten), vert. uit het Grieks door Frédéric Roussille, in samenw. met Éliane Gaillard en François Barboux, Parijs: Éditions Findakly, 1984.
« Het genot is er, maar sommigen weten het noch te zien noch te horen. • Je zult nooit de grenzen van de levensadem (“psyché”) vinden, zelfs niet als je alle wegen bewandelt, want de zaligheid van haar genot is oneindig. • Wij betreden en betreden niet dezelfde rivieren, wij zijn en zijn niet. »
Heraclitus van Efeze, Les Fragments d’Héraclite (De fragmenten van Heraclitus), vert. uit het Grieks door Guy Massat, [Sucy-en-Brie]: Anfortas, 2018.
« Niet wetend te luisteren, weten zij evenmin te spreken. • [lacune] • In dezelfde rivieren betreden wij en betreden wij niet; wij zijn en wij zijn niet. »
Plazenet, Laurence (red.), Anthologie de la littérature grecque : de Troie à Byzance (Bloemlezing van de Griekse letterkunde: van Troje tot Byzantium), vert. uit het Grieks door Emmanuèle Blanc, [Parijs]: Gallimard, coll. « Folio Classique », 2020.
« Niet wetend te luisteren noch te spreken. • De einden van de ziel, op je tocht, zul je ze niet ontdekken, zelfs niet als je elke weg bewandelt; zij bevat zo’n diep logos. • Wij betreden en betreden niet dezelfde rivieren, wij zijn en zijn niet. »
Axelos, Kostas, Héraclite et la Philosophie : la première saisie de l’être en devenir de la totalité (Heraclitus en de filosofie: de eerste greep op het zijn in het worden van de totaliteit), Parijs: Les Éditions de Minuit, coll. « Arguments », 1962.
« Zij weten noch te verstaan, noch te spreken. • Je zou geen grens aan de ziel vinden, zelfs niet als je over alle wegen reisde, zo diep is haar logos. • Wij betreden en wij betreden niet dezelfde rivieren. Wij zijn en wij zijn niet. »
Ramnoux, Clémence, Héraclite ou l’homme entre les choses et les mots (Heraclitus, of de mens tussen de dingen en de woorden), voorw. van Maurice Blanchot, Parijs: Les Belles Lettres, coll. « Collection d’études anciennes », 1959.
« Omdat zij niet weten te luisteren, weten zij evenmin te spreken. • De grenzen van de adem, hij zou ze op zijn weg niet ontdekken, de mens die ze alle zou inslaan. Zo diep is de rede die hij houdt. • In dezelfde rivieren betreden wij en betreden wij niet, wij zijn en wij zijn niet. »
Heraclitus van Efeze, Héraclite ou la séparation (Heraclitus, of de scheiding), vert. uit het Grieks door Jean Bollack en Heinz Wismann. Parijs: Les Éditions de Minuit, coll. « Le Sens commun », 1972.
« Onbekwaam zijn zij tot luisteren zowel als tot spreken. • Het uiterste punt van de ziel, men zou het niet al wandelend kunnen bereiken, zelfs niet als men tot het einde van de weg ging. Want de oorspronkelijke oorzaak strekt zich diep in haar uit. • In dezelfde rivieren betreden wij en betreden wij niet. Evenals wij bestaan en niet bestaan. »
Heraclitus van Efeze, Les Fragments (De fragmenten), vert. uit het Grieks door Simonne Jacquemard, gevolgd door Héraclite d’Éphèse ou le flamboiement de l’Obscur (Heraclitus van Efeze, of het vlammen van de Duistere) door dezelfde, Parijs: Arfuyen, coll. « Ombre », 2003.
« Niet wetend te luisteren noch zelfs te spreken. • Je zou de grenzen van de ziel niet kunnen ontdekken,
Zelfs niet als je alle wegen doorkruiste,
Zo diep bergt zij een logos. • In dezelfde rivieren betreden wij en betreden wij niet,
Wij zijn en zijn niet. »Heraclitus van Efeze, Éclats d’horizon : 150 fragments d’Héraclite d’Éphèse (Horizonschittering: 150 fragmenten van Heraclitus van Efeze), vert. uit het Grieks door Linda Rasoamanana, voorw. van Yves Battistini, Nantes: Éd. Amalthée, 2007.
« Niet wetend te luisteren
Weten zij evenmin te spreken. • Eindpunten van de ziel
Hij zou ze niet ontdekken
Degene die alle wegen bewandelde
Zo diep is de logos die zij in zich opneemt. • In dezelfde rivieren
Betreden wij en betreden wij niet
Wij zijn en wij zijn niet. »Oriet, Blaise, Héraclite ou la philosophie (Heraclitus, of de filosofie), Parijs: L’Harmattan, coll. « Ouverture philosophique », 2011.
« Zij weten noch te luisteren, noch te spreken. • De grenspalen van de ziel, welke weg je ook bewandelt, zou je niet kunnen ontdekken, zo diep is de rede die zij bevat. • Wij dalen af en dalen niet af in dezelfde rivier, wij zijn en zijn niet. »
Heraclitus van Efeze, Doctrines philosophiques (Filosofische leerstellingen), vert. uit het Grieks door Maurice Solovine, Parijs: F. Alcan, 1931.
« [lacune] • Men kan de grenzen van de ziel niet vinden, zelfs niet als men de hele weg aflegt, zo diep is haar λόγος. • Wij betreden en betreden niet, wij zijn en zijn niet in dezelfde rivieren. »
Weil, Simone, La Source grecque (De Griekse bron), Parijs: Gallimard, coll. « Espoir », 1953.
« Niet wetend te luisteren noch te spreken. • Je zult de grenzen van de ziel niet vinden, in welke richting je ook reist, zo diep is haar maat. • Wij dalen af en dalen niet af in dezelfde rivieren; wij zijn en zijn niet. »
Burnet, John, L’Aurore de la philosophie grecque (De dageraad van de Griekse filosofie), vert. uit het Engels door Auguste Reymond, Parijs: Payot & Cie, 1919.
Downloads
Geluidsopnamen
- Heinz Wismann over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (France Culture).
- Hervé Pasqua over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (YouTube).
- Jean-Claude Ameisen over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (France Inter).
- Jean-François Pradeau over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (France Culture).
- Jérôme Stéphan over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (Jérôme Stéphan).
- Kostas Axelos, Jean Beaufret en François Châtelet over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (France Culture).
- Marc Ballanfat over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (France Culture).
- Philippe Choulet over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (France Culture).
- Thibaut de Saint Maurice over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (France Culture).
- Émilie Hanns over Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere). (Octopus, le philosophe à tentacules).
Gedrukte werken
- Fragment uit Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) in de vertaling door Blaise Oriet (2011). (L’Harmattan).
- Fragment uit Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) in de vertaling door Jean-François Pradeau (2019). (Éditions Flammarion).
- Fragment uit Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) in de vertaling door Marcel Conche (2017). (Presses universitaires de France (PUF)).
- Indirecte vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Auguste Reymond, naar die van John Burnet (1919). (Google Livres).
- Indirecte vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Auguste Reymond, naar die van John Burnet (1919), kopie. (Canadian Libraries).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Paul Tannery (1887). (Google Livres).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Paul Tannery (1887), kopie. (Google Livres).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Paul Tannery (1887), kopie 2. (Canadian Libraries).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Paul Tannery (1887), kopie 3. (Google Livres).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Paul Tannery (1887), kopie 4. (Google Livres).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Paul Tannery (1930). (Bibliothèque nationale de France (BnF)).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Paul Tannery (elektr. uitgave). (Wikisource).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Simone Weil (1953). (Google Livres).
- Gedeeltelijke vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Simone Weil (elektr. uitgave). (Wikisource).
- Uitgave en vertaling van Héraclite : la lumière de l’Obscur (Heraclitus: het licht van de Duistere) door Guy Massat (elektr. uitgave). (Guy Massat).
Bibliografie
- Aurobindo, Shri, Héraclite (Heraclitus), vert. uit het Engels door D. N. Bonarjee en Jean Herbert, voorw. van Mario Meunier, Parijs: Dervy-Livres, 1970.
- Beaufret, Jean, Dialogue avec Heidegger (Dialoog met Heidegger). I, Philosophie grecque (Griekse filosofie), Parijs: Les Éditions de Minuit, coll. « Arguments », 1973.
- Bouchart d’Orval, Jean, Civilisation profane : la perte du sacré (Profane beschaving: het verlies van het sacrale), Montreal: Éditions du Roseau, 1987.
- Cantin-Brault, Antoine, Penser le néant : Hegel, Heidegger et l’épreuve héraclitéenne (Het niets denken: Hegel, Heidegger en de heraclitische beproeving), Quebec: Presses de l’Université Laval, coll. « Zêtêsis », 2018.
- Decharneux, Bernard en Inowlocki, Sabrina, Philon d’Alexandrie : un penseur à l’intersection des cultures gréco-romaine, orientale, juive et chrétienne (Philo van Alexandrië: een denker op het snijvlak van de Grieks-Romeinse, Oosterse, Joodse en christelijke cultuur), Brussel: E.M.E., 2009.
- Goedert, Georges, Nietzsche critique des valeurs chrétiennes : souffrance et compassion (Nietzsche als criticus van de christelijke waarden: lijden en mededogen), Parijs: Beauchesne, 1977.
- Janicaud, Dominique, Hegel et le Destin de la Grèce (Hegel en het lot van Griekenland), Parijs: Librairie philosophique J. Vrin, coll. « Bibliothèque d’histoire de la philosophie », 1975.
- Jeannière, Abel, La Pensée d’Héraclite d’Éphèse et la Vision présocratique du monde (Het denken van Heraclitus van Efeze en de presocratische wereldvisie), met de integrale vert. der fragmenten, Parijs: Aubier-Montaigne, 1959.
- Romilly, Jacqueline de, Précis de littérature grecque (Beknopt overzicht van de Griekse letterkunde), Parijs: Presses universitaires de France, 1980.
- Steiner, George, Poésie de la pensée (Poëzie van het denken), vert. uit het Engels door Pierre-Emmanuel Dauzat, Parijs: Gallimard, coll. « NRF Essais », 2011.
- Zeller, Édouard, La Philosophie des Grecs considérée dans son développement historique (De filosofie der Grieken beschouwd in haar historische ontwikkeling). II, Les Éléates, Héraclite, Empédocle, les Atomistes, Anaxagore, les Sophistes (De Eleaten, Heraclitus, Empedocles, de Atomisten, Anaxagoras, de Sofisten), vert. uit het Duits door Émile Boutroux, Parijs: Hachette, 1882. (Google Livres).
